Stikstofdioxide doet ons naar adem happen

kade rechteroever

De stikstofdioxide die auto's, vliegtuigen en schepen elke dag uitstoten, heeft een negatieve impact op het milieu én onze gezondheid. Hoe leggen we de uitstoot aan banden?

Wat is stikstofdioxide?

Stikstofdioxide is een slecht ruikend gas dat de luchtwegen irriteert. In combinatie met fijn stof kun je het met het blote oog zien: het vormt een roodbruine laag luchtvervuiling boven drukke steden.

Stikstofdioxide ontstaat als brandstof op hoge temperatuur wordt verbrand, zoals in dieselmotoren. Daarbij worden stikstofoxiden uitgestoten, die dan met zuurstof reageren en zo stikstofdioxide vormen.
De belangrijkste bron van stikstofoxiden in Vlaanderen is het verkeer: auto’s, vliegtuigen en schepen nemen samen zon 60 procent van de uitstoot voor hun rekening. Ook de industrie en de land- en tuinbouw produceren grote hoeveelheden stikstofoxiden, net als verwarmingsinstallaties van gebouwen.

Hoe schadelijk is stikstofdioxide?

Doordat stikstofdioxide diep in de luchtwegen doordringt, kan het ademhalings- en andere klachten veroorzaken. Verhoogde concentraties stikstofdioxide maken ons gevoeliger voor luchtweginfecties, lokken astma-aanvallen uit en leiden tot meer ziekenhuisopnamen. Maar stikstofoxiden schaden ook het milieu: ze spelen een rol in de vorming van ozon op warme zomerdagen en ze zijn mee verantwoordelijk voor verzuring. Verzurende stoffen in de lucht en de bodem tasten bomen en planten aan en bedreigen zo de biodiversiteit. In een verzuurde bodem vermindert de kwaliteit van het grondwater en groeien gewassen minder goed. Zure regen beschadigt ook bossen en gebouwen en komt terecht in meren en rivieren.

 

Hoe groot is het probleem in Vlaanderen?

In 2008 legde de Europese Unie grenswaarden op voor stikstofdioxide. Sinds 2010 moeten die normen overal worden gehaald. Maar uit onderzoek van de VMM blijkt dat de grenswaarden in Vlaanderen regelmatig worden overschreden, vooral in drukke steden en op andere plaatsen met veel verkeer. De grootste probleemzones zijn de stad Antwerpen, de Antwerpse haven en de noordrand rond Brussel. Het onderzoeksproject ATMOSYS toont een duidelijk verband tussen druk verkeer en hogere concentraties stikstofdioxide (zie kader).

Daarnaast legt de EU vast hoeveel stikstofoxiden de lidstaten elk jaar mogen uitstoten. Ondanks de inspanningen van de industrie en de energieproducenten overschreed België dat plafond in 2012 met 17 procent. Dat is vooral te wijten aan het wegtransport. De uitstoot van een dieselwagen in realistische rijomstandigheden is veel hoger dan de Europese normen. Een moderne Euro 5-dieselwagen stoot evenveel stikstofoxiden uit als een dieselauto van twintig jaar oud. Tien jaar geleden verwachtte men nog dat dat gehalte zou dalen. In december 2013 stelde de Europese Commissie nieuwe emissie plafonds voor. Volgens dat voorstel zou België tegen 2020 minstens 41 procent minder stikstofoxiden moeten uitstoten dan in 2005. In 2030 zou dat 63 procent minder moeten zijn.
 

Hoe krijgen we het onder controle?

Minder met de (vracht)wagen rijden is de beste oplossing. Maar er komen meer en meer weggebruikers bij: tegen 2040 zullen we met meer dan zeven miljoen Vlamingen zijn. We rijden ook vaker en verder. En alle duurzame alternatieven ten spijt doen we nog steeds meer dan 60 procent van onze verplaatsingen met de auto. Dat cijfer is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd. Het goederenvervoer gebeurt zelfs voor 80 procent met de vrachtwagen.

Met de hervorming van de verkeersbelasting in 2012 zette de Vlaamse overheid in eerste instantie in op 'schone' wagens. Door de belasting op de in verkeerstelling (BIV) niet enkel te bepalen op basis van de C02-uitstoot, maar ook rekening te houden met het brandstoftype en de uitstoot van fijn stof en uitlaatgassen, werd de BIV voor diesel wagens duurder dan voor benzinewagens. Een diesel wagen stoot per kilometer minder C02 uit, maar meer fijn stof en stikstofoxiden.

Daarnaast werkt de overheid sinds twee jaar aan een nieuw Vlaams Mobiliteitsplan. Dat wil de mobiliteit van alle Vlamingen blijven garanderen, maar focust op duurzame en gezonde alternatieven voor het klassieke wegvervoer.

ATMOSYS meet stikstofdioxide in Vlaanderen

Samen met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) heeft de VMM het Europese ATMOSYS-project opgezet. Het doel: een uitgebreid systeem van luchtkwaliteitsmodellen ontwikkelen waarmee experts en beleidsmakers aan de slag kunnen. Die modellen bekijken ook de concentraties stikstofdioxide in de lucht. Om de modellen te evalueren voerde de VMM metingen uit in steden en op verschillende afstanden van een snelweg.

In de stad

In Antwerpen, Brugge, Gent en Oostende mat de VMM tussen 29 juni 2011 en 11 juli 2012 de concentraties stikstofdioxide. Dat gebeurde telkens op drie locaties: een street canyon (een smalle straat met hoge gebouwen), een stedelijke achtergrond en nabij een gewestweg.
Uit de analyse van de resultaten blijkt dat de concentraties stikstofdioxide het hoogst zijn in de herfst en de winter. De aanwezigheid van verkeer is de belangrijkste factor. De hoogste concentraties werden gemeten in street canyons, daar werden de Europese grenswaarden voor de gezondheid meestal overschreden.

Rond de snelweg

De VMM plaatste meettoestellen op verschillende afstanden van de E40 in Affligem. Elk halfuur maten die automatisch de hoeveelheid stikstofdioxide in de lucht. Uit de resultaten van de metingen blijkt dat de concentraties stikstofdioxide sterk afnemen naarmate je verder van de snelweg bent.

Verrekijker 16-06-2014
www.vmm.be

Tags: