Straatvinken: auto verliest terrein in binnenstad, maar blijft koning in rand

kade rechteroever

 

Zo’n 1.400 Antwerpenaars telden het verkeer dat in één uur passeerde in hun straat

Samen met zo'n 1.400 Antwerpenaars sloeg u misschien op 24 mei ook aan het 'straatvinken'. In de Vervoerregio Antwerpen telden buurtbewoners het aantal voetgangers, fietsers, auto's, bussen en vrachtwagens dat in één uur de straat passeerde. De initiatiefnemers van Straatvinken leiden uit de definitieve resultaten opvallende verschillen tussen de binnenstad en de randgemeentes af.

 

De Vervoerregio Antwerpen spreidt zich uit over 33 gemeenten en heeft meer dan één miljoen inwoners. Straatvinken, een burgerwetenschapsproject van de Ringland Academie, boog zich over die regio en heeft voor het eerst op zo'n grote schaal de verschillende vervoermodi geteld. “Op die manier kunnen we algemene tendensen over mobiliteit in en rond de stad bevestigen of ontkrachten”, zegt Sven Augusteyns van Straatvinken. “Met onze resultaten krijgen we een gedetailleerd zicht op de drukte en het type verkeer in de straten. Elk jaar tot 2030 meten we opnieuw.”

In het Toekomstverbond van de overheid met de Antwerpse burgerbewegingen is beslist dat tegen 2030 nog maar de helft van de verplaatsingen per auto en vrachtwagen zal gebeuren, of met andere woorden: dat er een zogenaamde modal split wordt bereikt van 50 procent gemotoriseerd verkeer en 50 procent voetgangers, fietsers en bussen.

Hoe ver die verhouding van auto's en fietsers, voetgangers of openbaar vervoer nu al staat, heeft Straatvinken nauwkeurig geteld. “In de binnenstad binnen de Singel ziet die situatie er totaal anders uit dan daarbuiten. In de stad gebeurt volgens de tellingen 45 procent van de verplaatsingen met gemotoriseerde voertuigen terwijl een meerderheid van 55 procent nu al te voet, met de fiets of de bus gebeurt. In de districten buiten de Singel ligt die verhouding op 67/33 en in de andere gemeenten aan de stadsrand gebeurt liefst 82 procent nog met de wagen. De volledige vervoerregio samen geeft een verhouding van 70 procent gemotoriseerd verkeer en 30 procent fietsers, voetgangers en bussen.”

Binnenstad

In samenwerking met mobiliteitsexperts heeft Straatvinken meerdere conclusies getrokken voor de drie regio's. “De binnenstad doet het in het algemeen goed op het vlak van de modal shift, met meer verplaatsingen per fiets, te voet of per bus. Toch zijn er daar nog grote verschillen. Rustige woonbuurten met een goed resultaat worden van elkaar gescheiden door drukke verkeersassen zoals de Plantin en Moretuslei, Grotesteenweg of Turnhoutsebaan. Die grote wegen slikken in de spits makkelijk 500 auto's per uur. In de Generaal Lemanstraat rijden zelfs 1.500 auto's per uur. De zijstraten zijn veel rustiger met soms maar 100 auto's per uur.”

Straatvinken vindt dat de modal split beter kan door meer ruimte te geven aan fietsers en voetgangers bij de herinrichting van straten. “Historisch zijn de straten in de binnenstad vaak te smal om alle vervoermodi te combineren. Daarom moeten er keuzes worden gemaakt om conflicten te vermijden. In veel straten in de stad passeren bijvoorbeeld veel meer fietsers en voetgangers dan wagens, terwijl die fietsers en voetgangers veel minder plaats krijgen dan auto's. Het beleid kan dit oplossen door het autoverkeer te ontraden en busroutes te herzien om meer ruimte te geven aan fiets en voetganger.”

Volgens mobiliteitsexpert Maarten Vrebos heeft de wagen in de zones 30 vaak nog te veel plaats. “Door die breedte rijden bestuurders nog steeds te snel. De rijweg in een zone 30 is smaller dan waar je 50 mag, waardoor automobilisten spontaan trager rijden. Dat is veiliger voor voetgangers en fietsers. Op die manier wordt een fietspad of fietsstraat overbodig. Helaas zijn veel straten nog niet zo ingericht.”

Het Zuid is een opvallende uitzondering in de binnenstad. “Dat blijft een zeer autominded wijk, onder meer door de nabijheid van de op- en afritten van de Ring en Leien. De komst van de parkings onder de Gedempte Zuiderdokken belooft ook in de toekomst weinig verbetering.”

Districten

In de districten buiten de Singel klinkt het verhaal anders dan in de binnenstad. “In het algemeen zien we dat er in niet eens de helft van de woonstraten minder verplaatsingen gebeuren met de auto dan met de fiets. Dat komt omdat de auto-afhankelijkheid er nog altijd heel groot is. De belangrijkste uitdaging is om de elektrische fiets een plek te geven in de infrastructuur. Bredere fietspaden op de hoofdassen en rustige fietsroutes zijn daarom noodzakelijk. In de districten zal ook moeten worden ingezet op een gedragswijziging.”

Randgemeenten

De grootste shift kan en moet nog worden gemaakt in de 32 gemeenten buiten de stad. “In de rand halen maar twee straten de modal split. In alle andere straten zijn verplaatsingen met de auto goed voor meer dan 50 procent. Hoe groter de afstanden die mensen moeten doen, hoe groter de kans dat ze voor de auto kiezen. Daarom moet er worden ingezet op alternatieven zoals meer openbaar vervoer, waterbussen die met hogere frequentie varen, brede fietso­strades en brede fietspaden die veilig zijn voor grote hoeveelheden fietsers.”

Volgens Straatvinken is er nog een lange, uitdagende weg te gaan om tegen 2030 in de hele Vervoerregio Antwerpen een modal split van 50/50 te realiseren.

INFO : De resultaten van het onderzoek in heel de onderzochte regio vindt u vanaf vandaag op www.straatvinken.be. Op het 10 Stoetenfestival van Ringland aanstaande zondag leggen experts de resultaten uitgebreid uit.

Rebecca Van Remoorter

 

Het Nieuwsblad/Regionaal Antwerpen, 2018-09-08, pag.1

https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20180907_03719911

Tags: