Vergroening moet vijf keer sneller

kade rechteroever

Vertaling nieuwe Europese doelen vergt drastische omwenteling in ons land 

 

"België kan dit, de meerkosten zijn beperkt." Met die boodschap krijgt ook ons land zijn nieuwe CO2-streefdoel voor gebouwen, transport en landbouw opgelegd van Europa. Dat klinkt dictatorialer dan het is. Alle lidstaten kwamen eerder al overeen de uitstoot binnen veertien jaar met 40 procent te doen zakken. Op de klimaatconferentie van Parijs eind vorig jaar bekrachtigde de EU die belofte.

 

En eigenlijk is ze, afgezet tegen de huidige opwarming en klimaatverstoring, te zwak. In Parijs spraken alle landen voor het eerst af dat ze de opwarming van de aarde zouden proberen te beperken tot 1,5 graden. Maar het Europese plan van 40 procent minder tegen 2030 houdt veeleer rekening met een opwarming van 2,4 graden. Dat overschrijdt de grens die de wetenschap als gevaarlijke opwarming beschouwt.

Door tegenstand van een paar notoire steenkoollanden strandde het Europese doel echter op dat niveau. Een groot stuk van de inspanning leveren de zware industrie en de energiesector via de Europese handel in uitstootrechten.

Maar ook de landbouw, het transport en de gebouwen zijn zware CO2-monsters. Die intomen gebeurt op lidstaatniveau. Zoals gebruikelijk houden de verwachte inspanningen rekening met de rijkdom per inwoner en wat technisch haalbaar is.

Voor België betekent het dat gebouwen, landbouw en transport binnen veertien jaar 35 procent minder CO2 uitbraken dan in 1990, het referentiejaar. Dat is 'scherp', maar de buurlanden moeten nog meer inspanningen doen: Nederland min 37, Frankrijk min 36, Duitsland min 38 en Luxemburg min 40 procent.

Een grote verrassing is het nieuwe streefdoel niet. Insiders konden makkelijk uitrekenen dat de Belgische bijdrage aan het Europese doel een uitstootreductie van ongeveer 30 procent zou betekenen. Het is wel slikken, want we kunnen dat alleen halen met ingrepen die een pak verder gaan dan wat we tot nu toe deden.

Deze vragen dringen zich op.

1. Hoe deden we het tot nu toe en wat kunnen we daaruit leren?

België is een trage en niet best presterende klimaatleerling. De eerste internationale klimaatdoelen, de Kyoto-norm, hebben we gehaald. Velen plaatsen wel vraagtekens bij de manier waarop, want ondertussen steeg de uitstoot in de vervoers- en gebouwensector flink. De winst werd dus vooral geboekt door de industrie. Ook bleek dat een deel van de doelstelling werd gehaald door elders 'hete lucht' aan te kopen.

Onze klimaatdoelstelling voor de volgende periode, tussen 2012 en 2020, halen we bovendien wellicht enkel met boekhoudkundige trucs, terwijl prognoses laten zien dat we helemaal niet op schema zitten om de doelen tegen 2030 en 2040 te halen.

In haar aanbevelingen is de Europese Commissie dan ook erg pessimistisch over onze inspanningen. Getreuzel over subsidies voor windparken, het uitstel van de kernuitstap - wat groene investeringen afremt - en een gebrek aan politiek gecoördineerd beleid creëren bitter weinig groen vertrouwen.

 

 

Zo deden de federale regering en de gewestregeringen er liefst vijf jaar over om de lasten en lusten van het EU-klimaatplan tegen 2020 te verdelen. België moet de uitstoot van broeikasgassen in transport, gebouwen en landbouw met 15 procent doen dalen tegenover 1990 en moet regelen dat 13 procent van de energie uit hernieuwbare bronnen komt. Omdat ons land zich niet helemaal belachelijk wilde maken op de klimaattop in Parijs, werd in december inderhaast alsnog een politiek akkoord bereikt over de verdeling. Maar over de concrete uitwerking is er nog altijd geen eensgezindheid.

"We zullen moeten beseffen dat de doelstellingen altijd maar scherper worden en dat we er met de boekhoudkundige trucs uit het verleden niet meer zullen geraken", zegt Groen-senator Hermes Sanctorum. "Politici moeten ermee ophouden in een communautaire kramp te schieten. Voor lange tijd een verdeelsleutel vastleggen per regio, op basis van objectieve parameters zoals economische opportuniteiten en technische mogelijkheden, is mogelijk en nodig om opnieuw eindeloos gekibbel te vermijden."

 

 

Daarnaast is de belangrijkste les voor de toekomst dat stilaan een grens is bereikt aan het optimaliseren van wat al bestaat. "Een automotor nog wat zuiniger maken of een gebouw nog wat meer isoleren is mooi, maar het volstaat niet meer", zegt Jonathan Lambregts, klimaatspecialist bij Bond Beter Leefmilieu. "Vanaf nu halen we de doelen alleen nog door te streven naar auto's die niets meer uitstoten en gebouwen die energie opwekken in plaats van ze te verbruiken."

Wat we volgens Europarlementslid Ivo Belet (CD&V) ook moeten leren uit het verleden, is dat het discours anders moet. "Het idee dat vergroenen alleen meer kost leeft sterk, maar het klopt niet", zegt Belet. "Steeds meer bedrijven zien de winst die kan worden gemaakt."

Die moet de overheid ook veel meer gaan zien. Sanctorum: "Energie die je niet verbruikt, betaal je niet en moet je niet invoeren. Er is geen enkele klimaatmaatregel die geen winst oplevert, of het nu gaat over minder gezondheidskosten door minder luchtvervuiling of meer jobs door technologische innovatie. Alleen als we vanuit dat perspectief en politiek gecoördineerd handelen, lukt het."

2. Wat betekent de nieuwe doelstelling voor Vlaanderen?

Het tempo waarin Vlaanderen zijn uitstoot vermindert, moet maar liefst vijf keer sneller dan nu. Een grote inspanning dus. In tijden van begrotingstekorten en besparingen wijst Vlaanderen graag op zijn moeilijke positie als dichtgebouwde industriezone met veel intensieve landbouw.

"Dat gejammer is niet meer aanvaardbaar", zegt Belet. "Europa heeft zeker rekening gehouden met de pijnpunten hier. Puur op basis van inkomen zouden we 38 procent moeten dalen, maar het is dus 35 procent en de facto is het 32,5 procent, dankzij enkele opties om de inspanning iets minder zwaar te maken."

Wat gebouwen betreft, is er de laatste jaren een positieve renovatie-evolutie ingezet, maar het moet sneller en grondiger. Landbouw noemen insiders 'de heilige koe', omdat niemand eraan durft te raken. Transport vergroenen is wel al bespreekbaar, maar het is dan ook het grootste zorgenkind. De transportsector blijft de grootste uitstoot leveren en vooral: die blijft stijgen. Er worden amper reducties gerealiseerd en prognoses laten zelfs een stijging zien tegen 2020.

Klimaatexpert Joeri Thijs (Greenpeace): "Het zal moeten gaan om veel fundamentelere keuzes, die de dossiers Oosterweel en Uplace perfect illustreren. Gaan we voor meer of minder verkeer, meer of minder openbaar vervoer? Ruimtelijke ordening gericht op de auto of op klimaatvriendelijke alternatieven? Ja, we zijn traditioneel een logistieke industrie. Maar ook economen zoals Geert Noels wijzen erop dat we daar misschien iets aan moeten veranderen en meer moeten inzetten op de kennisindustrie."

3. Wat zijn de concrete opties?

Inzet op nieuwe technologie en een einde aan het auto- en landbouwvriendelijke beleid zijn de belangrijkste elementen.

Per sector hebben milieu-economen en andere experts al heel wat voorstellen gelanceerd.

Voor woningen en gebouwen is duidelijk dat het huidige renovatieritme te laag ligt. "De overheid zal dan ook de regie in handen moeten nemen", zegt Sanctorum. "We kunnen niet langer afhangen van de goodwill van eigenaars en wachten tot individuele eigenaars een renovatiepremie aanvragen. Wijkrenovaties, waarbij overheden het mogelijk maken dat meteen een hele wijk energiezuiniger wordt, dringen zich op."

Daarnaast vraagt de milieubeweging de overheid om stookolieketels uit te faseren. Stookolie is na steenkool de meest CO2-intensieve en vervuilende vorm van verwarming. "Daarom moet er een verbod komen op de plaatsing van nieuwe stookolieketels en een programma om stookolieketels versneld te vervangen door duurzamere energietoepassingen", zegt Lambregts.

Daarnaast kan een grootschalig renovatieprogramma ertoe leiden dat renovaties grondiger gebeuren en blijkt een taxshift ten voordele van hernieuwbare warmte en ten nadele van aardgas- en stookolie de beste manier om te garanderen dat efficiënt verwarmen met elektriciteit, zoals met een zonneboiler of warmtepomp, in plaats van met fossiele brandstoffen voordeliger wordt.

Het transportprobleem kan aangepakt worden door de verkoop van auto's met verbrandingsmotoren tegen 2030 te bannen en de verkeersfiscaliteit te vergroenen. Elektrificering van het voertuigenpark, voertuigdelen en nieuwe mobiliteitsdiensten bevorderen zijn drie opties die het transportprobleem kunnen verhelpen.

"We hebben een minister nodig die zegt: 'Tegen 2030 geen verbrandingsmotoren meer.' Dan krijgt de industrie meteen duidelijkheid en zal in die sector de vernieuwing floreren, wat jobs oplevert", zegt Thijs.

Er komen ook steeds strengere uitstootstandaarden, maar "als we in steeds grotere files staan, halen die weinig uit", zegt Belet. "Op korte termijn moeten we vooral meer inzetten op een combinatie van de auto met de trein of de fiets."

In de landbouwsector is er maar één optie: de veestapel, een grote bron van het broeikasgas methaan, moet slinken. "Politiek ligt dat bijzonder gevoelig", zegt Sanctorum. "Maar de enorme uitstoot door de veestapel kunnen we alleen wegwerken door minder vlees te eten."

De milieubeweging vraagt dan ook een beleid dat de overschakeling naar een plantaardig(er) dieet ondersteunt.

Politici die zich bemoeien met wat we eten, het lijkt niet meteen haalbaar. Maar we eten met zijn allen steeds minder vlees. "Ondertussen dijt onze veestapel uit. Niet voor onze consumptie, maar voor export, soms tot in China", zegt Sanctorum. "Die strategie moeten we uiteraard dringend keren."

4. Hoe realistisch is dit allemaal?

De EU bezweert België niet zomaar dat de doelstelling realiseerbaar is. "Dat is ze zeker en de meerkosten zijn beperkt, op voorwaarde dat nu wel een doortastend beleid wordt gevoerd", zegt Belet.

 

 

Ook William Todts van de gespecialiseerde Europese ngo Transport & Environment zegt: "Natuurlijk is dit haalbaar. Die 35 procent is minder zwaar dan ze lijkt. Tegen 2020 moeten we hoe dan ook al een reductie van 15 procent halen. Bovendien zijn er enkele opties om het iets makkelijker te maken, waardoor de effectieve extra uitstootdaling tussen 2020 en 2030 eerder 15 procent zal zijn, of 1,5 procent per jaar."

Over de grootste uitdaging, transport, zegt de expert: "De helft krijgen we cadeau van de EU, die met strengere uitstootstandaarden komt, waardoor wagens en vrachtwagens nog zuiniger worden. De andere helft moet realiseerbaar zijn door de meest stomme dingen niet meer te doen, zoals gratis auto's en brandstof uitdelen of dat erg goedkoop maken, waardoor we buiten de stad wonen en twee auto's bezitten, waarmee we tegelijk de stad in rijden. Daardoor is openbaar vervoer en ruimtelijke ordening klimaatvriendelijk organiseren erg moeilijk. Maar mensen passen zich wel degelijk aan. Nu al gaan ze weer meer in de stad wonen omdat ze de files beu zijn."

Het is ook aan de politiek om de burger te enthousiasmeren. "Vandaag associeert iedereen de vergroening met de Turteltaks, met betalen voor iets wat je niet krijgt", zegt Sanctorum. "Dat is een communicatieblunder over een verkeerd subsidiebeleid, met verregaande gevolgen. Zonne-energie is nog nooit zo goedkoop geweest, het potentieel voor vergroening is ook hier groot. Bedrijven doen er alsmaar meer hun voordeel mee, maar burgers associëren groene energie nu met dure energie."

Burgers meer opties geven om voordeel te halen uit de vergroening, bijvoorbeeld met lokale groepsinitiatieven voor hernieuwbare energie, kan die negatieve beeldvorming keren.

Maar dan is het ook nodig dat twee politieke instinkers afgevoerd worden: de stelling dat groene maatregelen slecht zijn voor de economie, en het communautaire getouwtrek over de verdeling van de lasten, een oefening die ook nu zal moeten gebeuren.

Sanctorum durft licht optimistisch te zijn. "De Vlaamse klimaattop en de klimaatcommissie in het parlement tonen aan dat de geesten rijpen voor een gezamenlijke aanpak. Niet lang geleden was de boodschap van leefmilieuminister Joke Schauvliege: "Alles gaat goed." Nu zegt Geert Bourgeois: "We moeten en zullen meer doen." Ook energieminister Marie-Christine Marghem, die wel moeilijk doet over die 35 procent, zegt: "We gaan dat halen."

En wat de economie betreft, gaat het riedeltje dat klimaatactie een zwaar concurrentieel nadeel zal zijn niet meer op. Todts: "Geen brandstof meer moeten invoeren, kan economisch alleen maar opbrengen. En ook al onze buurlanden moeten van Europa zwaardere inspanningen leveren, dus dat nadeel zal wel meevallen."

 

Barbara Debusschere
De Morgen 21-07-2016
http://www.demorgen.be/wetenschap/vergroening-moet-vijf-keer-sneller-b569b5f4/

 

 

Er ís een alternatief

 


Francesca Vanthielen is medeoprichter van de vzw Klimaatzaak, een actiegroep die de overheid tot handelen wil aanzetten.

De Europese Commissie maakte op 20 juli het nieuwe CO2- reductieplan bekend. Vertaald naar ons land betekent het dat we tegen 2030 een CO2-reductie van 35 procent moeten realiseren tegenover 2009. Volgens minister Schauvliege is dit "bijzonder ambitieus". Federaal minister voor Leefmilieu Marghem reageerde als door een wesp gestoken: "De opgelegde doelstellingen zijn te zwaar voor de Belgische realiteit", zei ze verontwaardigd in de Kamer .

 

Wel, de reacties van twee van de vier klimaatministers die ons land telt, spreken boekdelen. Wat doen deze ministers op internationale klimaatconferenties eigenlijk?
Luisteren ze naar de experts die uitleggen wat er aan de hand is, hoe snel het gebeurt, wat de toekomstscenario's zijn en welke impact het heeft op ons sociaal en economisch weefsel? Wij tekenen met veel aplomb de Paris Agreement, maar daarna klagen we als een gestraft kind?
Elke politicus die niet handelt met de dringendheid die de klimaatverstoring vergt, kunnen we schuldig verzuim aanrekenen. Dat is geen lichte aantijging: schuldig verzuim betekent geen hulp verlenen aan een persoon die in groot gevaar verkeert. Dat was een belangrijk argument in de rechtszaak die Urgenda aanspande tegen de Nederlandse overheid. Die heeft namelijk de plicht op te treden als een goede huisvader en dient haar burgers te behoeden voor gevaar dat gekend is en dat met een grote waarschijnlijkheid zal plaatsvinden.

Laat dat nu twee argumenten zijn waar geen discussie meer over bestaat. Klimaatverstoring is een feit. Ze zal grote invloed hebben op de welvaart van een land en dat kan enkel ingeperkt worden door radicaal een andere koers te varen.

In plaats van te jammeren dat we te strenge doelstellingen krijgen opgelegd, moeten we blij zijn dat er een alternatief is. Dit gaat niet over een meteoriet die op ons af komt en onze aardbol en ons voortbestaan vernietigt; dat kunnen we alleen maar lijdzaam ondergaan. Dit gaat over het inperken van de gevolgen van ons menselijk handelen. We hebben een waardevolle levensstandaard kunnen opbouwen dankzij de industriële revolutie, die gedreven werd door fossiele brandstoffen. Nu begint een nieuw tijdperk. Dat kan, zelfs zonder in te boeten aan economische welvaart. Ik herhaal het nog eens, want het blijft een hardnekkig beestje dat maar niet uit de hoofden van politici wil wijken: een ambitieus klimaatbeleid is een opportuniteit en geen blok aan ons been.

Het klagen over de te zware reductiedoelstellingen is ook bijzonder schrijnend als je het Europese reductieplan wat nauwkeuriger leest. De doelstellingen moeten gehaald worden in de zogenaamde niet-ETS-sectoren zoals landbouw, transport, huisvesting en afval, sectoren die niet in aanmerking komen voor emissieruil. Deze sectoren zijn verantwoordelijk voor 60 procent van de totale uitstoot binnen de EU. Deze inspanningen moeten dus opgeteld worden bij reductiedoelstellingen die gevraagd worden van de industrie en de energiesector. Dan komen we uit op 40 procent CO2-reductie tegen 2030.

Als je weet dat deze norm al in 2014 in het programma stond van het Europees klimaatbeleid, dan kun je je afvragen waar de extra inspanning geleverd wordt die was beloofd op de klimaatconferentie in Parijs. Daar werd afgesproken het streefdoel om onder 2 graden opwarming te blijven bij te stellen naar 1,5 graad.

Kortom, de reactie van onze klimaatministers was schabouwelijk. Het EU-traject van uitstootreducties is al decennia lang gekend. Daarbovenop kunnen onze klimaatministers nog altijd geen samenwerkingsakkoord voorleggen over de lastenverdeling. Je zou denken dat we daar acht maanden nadat ons land in Parijs de prijs voor 'Fossiel van de Dag' werd toegeschoven, toch meteen werk van hadden gemaakt. Volgens mij is er een rechterlijke uitspraak nodig om de beleidsverantwoordelijken te verplichten te doen wat nodig is.

Francesca Vanthielen
De Morgen 22-07-2016 pag. 17
 

Tags: