"Verkeersgerelateerd fijn stof komt in hele stad voor"

kade rechteroever

UAntwerpen en Stadslab2050 stellen resultaten van het AIRbezen-project voor.

De bladeren van het AIRbezen-project zijn geanalyseerd, de resultaten in een kaart gegoten. Die kaart toont aan dat het verkeersgerelateerde fijn stof over het volledige grondgebied van de stad Antwerpen terug te vinden is. Wie binnen de Ring woont, is niet meer blootgesteld aan verkeersvervuiling dan wie in de districten woont.

 

Het AIRbezen-project is een initiatief van prof. dr. Roeland Samson en doctoraatsstudent Jelle Hofman (Bio-ingenieurswetenschappen, UAntwerpen), in samenwerking met enkele bezorgde, maar enthousiaste en vrijwillige Antwerpenaren die elkaar vonden binnen StadsLab2050. StadsLab2050 is een stedelijk laboratorium dat de omslag naar een duurzame stad wil helpen verwezenlijken.
 

 De bedoeling van het AIRbezen-project was om aan de hand van aardbeiplantjes de luchtkwaliteit - meer bepaald de verkeersgerelateerde luchtvervuiling vervat in het rondzwevend fijn stof - in de stad Antwerpen en haar districten in kaart te brengen.

AIRbezen is een echt 'citizen science project' omdat de inwoners van Antwerpen actief deelnemen aan een onderzoeksproject in samenwerking met vrijwilligers uit de stad, en het op deze manier mee sturen en ontwerpen, en omdat er een sterke wisselwerking is tussen deelnemers en de Universiteit Antwerpen, waarbij de resultaten terugstromen naar de burgers.

In totaal werden in het weekend van 15 en 16 maart 1063 aardbeiplantjes over het volledige grondgebied van de stad Antwerpen verdeeld. De vraag naar plantjes was groter, maar de inschrijvingen moesten beperkt worden om praktische redenen. Ook na dit verdeelweekend, tot zelfs het weekend van inzameling van de blaadjes (10 en 11 mei), bleven de vragen tot deelname binnenstromen, nu zelfs van over heel Vlaanderen.

De blaadjes van 796 plantjes (75% van de uitgedeelde plantjes) werden in het weekend van 10 en 11 mei ingezameld voor analyse. Bovendien werden de deelnemers online bevraagd. Van deze ingezamelde bladeren waren er uiteindelijk 697 bruikbaar. Samen met de bladeren werd een enquête ingeleverd. Een aantal plantjes verdwenen door diefstal/vandalisme of stierven door het droge voorjaar.

De resultaten


Aardbeien als meetplant 
 ​Als eerste belangrijke resultaat konden we vaststellen dat aardbeien uitermate geschikt zijn als meetplant, en dat zij goed in staat zijn om de verkeersgerelateerde partikels op te vangen en vast te houden.

 Van de bruikbare 697 plantjes werden 88% op het gelijkvloers of de eerste verdieping geplaatst, 428 plantjes, of 61% op de eerste verdieping. Er werden zelfs aardbeitjes geplaatst tot op de 19de verdieping. Doordat op verschillende plaatsen plantjes op verschillende hoogtes geplaatst werden binnen dezelfde straat, of zelfs hetzelfde huis/appartementsgebouw, kon worden vastgesteld dat de blootstelling aan de verkeersgerelateerde partikels vermindert met de hoogte.
 
Verkeersgerelateerde vervuiling
 Een andere vaststelling, die kon worden afgeleid omdat op verschillende plaatsen plantjes zowel aan de straatzijde als in de tuinen werden geplaatst, is dat de concentratie aan dergelijke verkeersgerelateerde partikels over het algemeen kleiner is in de tuinen dan aan de straatzijde. Dit laatste is echter plaatsafhankelijk, want in tuinen die grenzen aan drukke verkeersassen (snelwegen) kan de concentratie dan weer hoger zijn dan aan de straatzijde.

 Omwille van het hoogte-effect werden verdere analyses alleen uitgevoerd op aardbeienplantjes die werden opgesteld tussen de 3 en 6 meter (in totaal 388 plantjes, of 55% van de 697 bruikbare plantjes). Aangezien treinen en trams ook veel magnetiseerbare deeltjes verspreiden, die dus het signaal en de interpretatie kunnen verstoren, werden plantjes uit deze straten ook niet meegenomen in de analyses. Voornamelijk tramlijnen bevinden zich echter dikwijls ook langs drukke verkeersassen, waar er wel degelijk ook een hoge verkeersgerelateerde vervuiling is waar te nemen.

 De resultaten tonen aan dat de verspreiding van de verkeersgerelateerde vervuiling een grote ruimtelijke variatie vertoont over het volledige onderzochte gebied. Met andere woorden: er zijn geen duidelijke minder vervuilde of meer vervuilde gebieden aan te duiden. Dit komt omdat het verkeer, waar de metingen een belangrijke aanduiding voor geven, verspreid over het hele grondgebied voorkomt.

 De laagste waarden werden waargenomen in eerder brede, open straten met weinig verkeer, of op plaatsen waar verkeer verder af was, zoals op grotere hoogte, of op de campus van de faculteit, boven op het dak van de Craeybeckxtunnel. Deze waarden kunnen beschouwd worden als stedelijke achtergrondwaarden. De gemiddelde waargenomen waarden voor het volledige grondgebied bedroegen ongeveer zesmaal de achtergrondwaarden. Op sommige plaatsen werden echter waarden van meer dan 20 tot 40 keer deze stedelijke achtergrondwaarde vastgesteld. Meestal is het wel zo dat wat verder van de drukkere verkeersassen - zoals in verkeersluwe straten/wijken - de waarden terugvallen op duidelijk lagere niveaus. Op sommige plaatsen werden hogere waarden waargenomen die eerder konden toegeschreven worden aan werkzaamheden in plaats van aan verkeer.

 Verkeersvervuiling is een belangrijke vervuilingsbron in de stad Antwerpen, en is duidelijk gelinkt aan sterke verkeersassen verspreid over het volledige grondgebied. Eens men zich weg begeeft van deze verkeersassen daalt de concentratie aan verkeersgerelateerde vervuiling. Verdere informatie over de samenstelling en schadelijkheid van deze vervuiling ontbreekt momenteel nog. Daarom is het aangewezen dat we allen samen deze verkeersgerelateerde vervuiling terugdringen.

 Dit kan op verschillende manieren gebeuren. We kunnen zelf de auto meer langs de kant laten, en zeker voor kleinere verplaatsingen kiezen voor milieuvriendelijke transportmiddelen (te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer). Omdat ook houtverbranding fel bijdraagt aan stedelijke luchtverontreiniging zoeken we best alternatieve verwarmingsvormen. Bovendien kunnen we met z’n allen het signaal geven dat we maatregelen willen die het autoverkeer verminderen en de andere vervoersvormen stimuleren. Bovendien moet ook de nodige infrastructuur gerealiseerd worden zodat dit vlot en veilig kan verlopen. En uiteindelijk zou het dieselverbruik fel moeten teruggedrongen worden. Dit kunnen we dus doen door zelf te kiezen voor een benzinewagen, en door de nodige signalen uit te sturen naar de hogere overheden. Bovendien kunnen we best zo veilig mogelijk omgaan met de aanwezige vervuiling door bijvoorbeeld te ventileren (ramen open te zetten) langs de achterzijde van het huis, of op hogere verdiepingen.

 “Het AIRbezen-team wil alle deelnemende Antwerpenaren danken voor de massale deelname, grote steun en niet aflatende interesse”, zegt prof. Roeland Samson. “Dit alles heeft gemaakt dat we een uniek AIRbezen-project hebben kunnen waarmaken voor een gezondere lucht in Antwerpen. Wie weet, komt er een vervolg op het project.”

Download de kaart van Antwerpen met de resultaten van het AIRbezen project
https://www.uantwerpen.be/images/uantwerpen/news606/images/News%202014/airbezen_plan_web(1).jpg

Universiteit Antwerpen 23-06-2014
https://www.uantwerpen.be/popup/nieuwsonderdeel.aspx?newsitem_id=717&c=OZNL21068&n=198324
 
Url: https://www.uantwerpen.be/nl/onderzoeksgroep/endemic/onderzoek/projecten/airbezen/

Tags: