Vijf fouten, vijf verbeteringen
- Tags:
- Nieuwsrubriek:
heel toepasselijk op de Oosterweelverbinding
De Standaard 11-03-2010
Uit het Serv-rapport over de regelgeving blijkt dat Vlaanderen meer rekening moet houden met burgers, bedrijven en gemeentebesturen.
De vijf fouten in de raadpleging van de ‘klanten'
1. Het gebeurt te laat, pas als de regering al alle belangrijke oriënteringen heeft vastgelegd.
2. Het advies moet dan in een te korte tijd worden gegeven; ‘het heeft al zo lang geduurd'.
3. Het advies wordt gevraagd maar niet van harte: de regering vraagt het omdat het moet.
4. Ze geeft ook geen feedback waarom het advies gevolgd of niet gevolgd wordt.
5. Het werkveld weet vaak niet wat het wanneer mag verwachten en kan dus ook niet ‘proactief meedenken'.
De vijf verbeteringen
1. De klanten raadplegen over conceptnota's en pas daarna de grote oriënteringen vastleggen (zoals witboek-groenboek in de EU).
2. Een betere regelgevingsagenda en een draaiboek voor alle belangrijke ontwerpen vastleggen zodat adviesgevers weten waar ze staan.
3. Een verdere uitklaring van de ambtelijk-politieke samenwerking.
4. De vereenvoudiging van de regelgeving versnellen en er een politieke prioriteit van maken.
5. Het ‘echt menen' met de consultatie van het werkveld; dat betekent dat de overheid echt een andere dan de huidige bedrijfscultuur moet aannemen.
Auteur: (g.teg.)
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=532NBNQF
Vlaams bestuur luistert amper naar zijn klanten
De Serv – de raad van de Vlaamse sociale partners, de vakbonden en de werkgevers – knoopt weer aan bij een oude traditie. Als het ‘te erg' wordt, geeft hij op eigen initiatief ‘advies' aan de Vlaamse regering.
Het was een poosje geleden dat dat nog gebeurde, maar onlangs werd het blijkbaar weer eens ‘te erg'.
Inzet van de ergernis is de manier waarop de Vlaamse overheid regels maakt. In een rapport van de Oeso vond de Serv bevestiging van zijn eigen ongenoegen.
Vlaanderen eindigde in een rangschikking van de Oeso over de kwaliteit van de regelgeving als 23ste op 30 regio's.
De Serv blijft beleefd. Hij formuleert zijn advies in positieve termen. Hij schrijft niet ronduit wat verkeerd is, maar zegt in omfloerste taal wat beter zou kunnen.
Kern van de zaak is dat Vlaanderen echt niet mee is met wat de norm is geworden in de Westerse landen: beschouw uw burgers en bedrijven als klanten en ga vooraf met hen na hoe een regelgeving het best opgesteld wordt. Dat vermijdt problemen nadien.
Dat blijkt in Vlaanderen zelden goed te gebeuren. Met hopen klachten over betutteling, bureaucratie, reparatiedecreten en lange doorlooptijden voor nieuwe regels tot gevolg.
Vlaanderen heeft nochtans als geen andere regio een traditie van contacten tussen politici en pressiegroepen allerhande. De Serv en zijn sociale partners bijvoorbeeld.
Maar, zegt de Serv, dat gebeurt niet gestructureerd, meestal op het verkeerde moment, met verkeerde partners en met een verkeerde ingesteldheid.
Tussen de regels is te lezen: regeren in Vlaanderen vergt blijkbaar zoveel overleg tussen de coalitiepartners in interkabinettenwerkgroepen, dat de partijen en de kabinetten het niet aandurven vooraf de mening van de klanten te vragen. Achteraf hebben ze de moed niet meer om dat ernstig te doen en het risico te lopen hun compromissen te moeten bijstellen.
Guy Tegenbos
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=B52NBMT1
Witboek en groenboek geen slecht idee
Vlaanderen eindigt 23ste op 30 landen in een rangschikking van de Oeso over ‘de kwaliteit van de regelgeving'. Dat zegt een rapport van de Serv, de raad van de Vlaamse sociale partners. Dat cijfer bevestigt het ongenoegen dat leeft bij burgers, bedrijven en gemeentebesturen die de regelgeving ondergaan.
Zij klagen over betutteling en eindeloze processies om vergunningen te verkrijgen die dan soms nog tegenstrijdig zijn. Het Vlaams Parlement moet trouwens frequent ‘reparatiedecreten' goedkeuren om fouten in vorige decreten recht te trekken. En de regering haalt ook de beloofde vermindering van de administratieve lasten met 25 procent tegen 2012 zeker niet, zegt Peter Leyman, voorzitter van de Serv.
Maar de overheid zelf klaagt ook. Over de vele tijd die het vergt om regels te maken of investeringen te realiseren. Gemiddeld waren 233 dagen nodig om een decreet te maken in de vorige regeerperiode, berekende de Serv. Soms nog meer, zoals voor het decreet over de Brownfields (zie hiernaast). Besluiten vergden gemiddeld 128 dagen.
De regering wijt dit aan de adviesprocedures, maar de Serv weerlegt dit. ‘Een advies van een adviesraad vergt gemiddeld 29 dagen, dat is maar 12 procent daarvan', zegt Peter Leyman.
De belangrijkste klacht van de Serv is die waarop de Oeso ook het hardst hamerde: ‘transparantie en participatie in regelgeving'. Dat betekent: beschouw degenen op wie de regelgeving van toepassing is niet als ‘rechtsonderhorigen' die te luisteren hebben, maar als ‘klanten' en bevraag die degelijk op voorhand zodat je rekening kunt houden met hun verzuchtingen, opvattingen en tips.
Daar is het Vlaams besluitvormingsproces niet op gericht. Dat focust vooral op het bereiken van overeenstemming onder de coalitiepartners in de regering. Dat is al moeilijk genoeg, vinden de politici. Als ze die overeenstemming bereikt hebben over de grote oriënteringen van een beslissing, zijn ze moe en hebben ze geen zin meer om nog rekening te houden met wat ‘klanten of andere lastigaards' nog willen. En dat willen ze zeker niet op voorhand horen. Vandaar de klachten over de raadplegingsprocedure.
Tweede probleem is volgens de Serv de verhouding ambtenarij-kabinetten. De administratie die de dossiers voorbereidt, heeft geen contact met de klanten en hun woordvoerders. Drukkingsgroepen zijn voorbehouden terrein voor de kabinetten. ‘Het charter tussen regering en topambtenaren brengt beterschap; het zegt dat de kabinetten de administratie moeten roepen als ze drukkingsgroepen ontvangen.'
Peter Leyman: ‘Maar er zijn ook goede voorbeelden. We vonden 40 beleidsprocessen in de vorige regeerperiode die goed verliepen, vooral voor Werk, Onderwijs en Welzijn. Frank Vandenbroucke werkte bijvoorbeeld met conceptnota's waarover grondig overleg werd gepleegd en die bijstuurbaar waren. Zoals de witboeken en de groenboeken die de EU hanteert: de commissie schrijft eerst haar principes neer, laat daarop reageren, dan komt er een groenboek, en pas dan de definitieve regelgeving. Ja, zoals Daerden gaat doen voor de pensioenen.'
www.serv.be
Guy Tegenbos
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=8D2NBJFO



Reacties
Nieuwe reactie inzenden