Vijf mythes over rekeningrijden doorprikt

kade rechteroever

De transportsector wil dat er ook rekeningrijden wordt ingevoerd voor personenwagens, maar voor de politici is de drempelvrees nog te groot.

 

1.Er is geen politieke meerderheid voor

Elke keer wanneer de files wat langer worden, verschijnt Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) in de media om zijn principiële steun voor rekeningrijden uit te spreken. Telkens is duidelijk dat het iets voor de volgende Vlaamse regering zal zijn. In het Vlaamse regeerakkoord wordt de deur naar rekeningrijden tenslotte al op een kier gezet, maar meer ook niet. N-VA en CD&V zijn voorstander, maar Open VLD is en blijft een koele minnaar.

Voor de liberalen kan rekeningrijden er deze regeertermijn niet meer komen, in een volgende regering onder voorwaarden wel. Weyts kan zijn partners al proberen te overtuigen en het dossier voorbereiden.

2. Vlamingen willen er niet van weten

Uit een proefproject van zijn voorgangster Hilde Crevits (CD&V) blijkt dat de meerderheid van de Vlamingen geen voorstander is. Liefst 63 procent van de deelnemers schoot het rekeningrijden af. Maar intussen worden de files alleen maar langer. Het voorbeeld van Stockholm leert dat de grote tegenstand die er vooraf was, na een halfjaar was omgebogen in een meerderheid voorstanders.

Volgens de Leuvense professor Stef Proost worden de verbreding van de Brusselse Ring en Oosterweel overbodig

Proefprojecten hebben ook hun beperkingen. Je kunt ermee meten of bestuurders reageren op prijsprikkels, je kunt er niet mee meten of ze tevreden zijn met een vlottere doorstroming van het verkeer. Daarvoor is een proefproject te kleinschalig.

3. Rekeningrijden is een platte belastingverhoging

Het argument komt herhaaldelijk terug bij de automobielorganisaties. Het verklaart ook de huiver bij Open VLD, ook al staat in het regeerakkoord dat een kilometerheffing gecompenseerd moet worden via de belasting op de inverkeerstelling (BIV) en de jaarlijkse verkeersbelasting.

Volgens minister Weyts kan een kilometerheffing zelfs voordeliger zijn voor de bestuurder omdat dan ook buitenlanders meebetalen voor het gebruik van onze wegen. Maar een heffing heeft pas zin als zij ook stuurt op de filegevoelige plaatsen, zoals de Antwerpse en Brusselse Ring. Wie daar absoluut over moet op piekmomenten, zal het voelen in zijn portefeuille.

Omgekeerd heeft rekeningrijden zoveel impact dat de files fors zullen slinken. Volgens de Leuvense professor Stef Proost worden de verbreding van de Brusselse Ring en de Antwerpse Oosterweelverbinding overbodig. Dat maakt vele miljarden vrij.

4. Er zijn geen alternatieven voor de auto

Wie vanuit West-Vlaanderen of Limburg naar Brussel moet, heeft geen alternatief voor de wagen. Het argument komt ook terug bij minister van Mobiliteit François Bellot (MR), die vreest dat het met rekeningrijden ‘onmogelijk wordt om nog op het platteland te wonen’. Dat is lichtjes overdreven. Wie bereid is de kilometerheffing te betalen, kan nog altijd de auto nemen. En met de trein raak je van Lanaken of Maldegem inderdaad niet in Brussel, maar in Hasselt of Gent de auto ruilen voor de trein kan wel.

5. Er zijn afspraken nodig met de andere gewesten

Strikt genomen klopt dat niet. De Antwerpse Ring en het gevoelige deel van de Brusselse Ring liggen op Vlaams grondgebied, op een stukje in Anderlecht na, dat tot de bevoegdheid van het Brussels Gewest behoort. Vlaanderen kan dus alleen rekeningrijden invoeren. Samenwerking met Brussel kan overigens, want ook de Brusselse regering is een voorstander. Alleen Wallonië kan nog dwarsliggen.

Wim Winckelmans
De Standaard 01-12-2016
http://www.standaard.be/cnt/dmf20161130_02601611

Wat is de prijs van stilstand?

Als een coalitie die vijf regeringsjaren voor zich heeft, aankondigt dat ze iets gaat onderzoeken, kan een argeloze kiezer(es) daaruit afleiden dat het resultaat van dat onderzoek nog wel tijdens die periode in beleid zal worden omgezet. Hij/zij dwaalt. In Wetstratees betekent ‘onderzoeken’: hier komt voorlopig niets van. Dat de Vlaamse regering in de zomer van 2014 aankondigde dat ze rekeningrijden voor personenauto’s zou onderzoeken, betekende dus in verstaanbaar Nederlands dat N-VA en CD&V er Open VLD, dat te elfder ure tot de coalitie toetrad, niet van hadden kunnen overtuigen in dit dossier meer voluntarisme aan de dag te leggen.

Maar vijf jaar is lang. Iedere dag neemt het probleem van de dichtslibbende wegen tijdens de spitsuren groteskere vormen aan. In dit tempo is het niet eens zeker dat er nog wel verkeer van en naar de grote steden mogelijk zal zijn als deze regering in 2019 haar beleid aan de kiezers voorlegt. Wat is de prijs van stilstand?

De bevoegde minister, Ben Weyts (N-VA), herhaalt loyaal zijn principiële steun voor veralgemeend rekeningrijden telkens als het thema in de actualiteit opduikt. Maar hij voegt er, even voorspelbaar, telkens aan toe dat het niet voor deze regering is. Zo ook gisteren toen de transportsector met het krankzinnige verhaal kwam dat het structurele fileprobleem zijn leden ertoe aanzet nog meer vrachtwagens de weg op te sturen om hun klanten tijdig te kunnen beleveren. Veel gekker moet het toch echt niet meer worden.

Onderzoeken betekent in Wetstratees: hier komt niets van

Veel studiewerk hoeft er niet meer te worden gepresteerd. Elke ochtend wordt het bewijs geleverd dat het zo niet verder kan. Het heeft geen zin meer het licht van de zon te ontkennen. Er zijn intussen voldoende voorbeelden in het buitenland - Londen, Stockholm, Milaan – die aantonen dat een tarief kleven op rijden in de spits wel degelijk een deel van de oplossing is.

Een extra reden om niet uit te stellen wat toch onvermijdelijk aan het worden is, is dat we intussen wel beslissingen aan het nemen zijn over grote infrastructuurwerken, zowel in Antwerpen als in Brussel, die vele miljarden gaan kosten. Hoe noodzakelijk zijn die projecten nog als rekeningrijden wordt ingevoerd? En welke maatschappelijke noden zouden we niet kunnen aanpakken als het geld niet naar asfalt en overkappingen ervan zou moeten gaan?

Een regeerakkoord vijf jaar lang als evangelie blijven beschouwen, terwijl de feiten razendsnel veranderen is niet het soort politieke cultuur waarmee Vlaanderen het verschil maakt.

Bart Sturtewagen
De Standaard 01-12-2016
http://www.standaard.be/cnt/dmf20161130_02601600

 

 

 

 

 

Tags: