Visie R1

afbeelding

Visie R1, ring rond Antwerpen door EnvironMental Opinionmaker

 

Betreft: visie over de Antwerpse Ring (R1), ter attentie van de Burgemeester van Antwerpen, de Minister van openbare werken en verkeer, en andere betrokkenen.
 

 

Geachte,
 

 

Ik stuurde U eerder al het voorstel voor Antwerpen LO, Antwerpen 2040.
 

In het Masterplan van Antwerpen wordt ook een “groene singel” en “groene ring” voorzien rond de stad.
Die groene ring heeft, buiten de overlevingskansen die hij biedt aan natuur in de stad aan zich, een belangrijke doorgangsfunctie voor de natuur. Net zoals de R1 dat heeft voor verkeer.
 

Kort gezegd komt het erop neer dat die groene ring een corridor vormt tussen Schijn en Schelde en zo een aantal groene vingers, grote en kleinere open ruimten aan binnen en buitenzijde van die ring, met elkaar verbindt. Het Rivierenhof, Wolvenberg en Brilschans, Brandt Park, Half maantje, delen van Petroleum Zuid richting Hobokense Polder, enz.
 

Onderzoek toont aan dat zogenoemde groene vingers rond een stad een luchtverversend aanzuigeffect kunnen hebben vanwege lokale temperatuurverschillen tussen de stenige bebouwde en de groene, natuurlijke en onbebouwde zones. Zo ontstaan er luchtstromingen die het leefklimaat kunnen verbeteren in grote steden, met inbegrip van alle normen voor fijn stof, enz.    
 

Net zoals een file een migratieknelpunt is voor verkeer, is een drukke weg dat voor dieren en planten.
Daarom is het belangrijk te werken aan een overkoepelende visie op de langere termijn die toelaat stelselmatig die migratieknelpunten voor natuur weg te werken om uiteindelijk de biodiversiteit te verhogen en de effecten van die groene vingers op natuur en lokaal klimaat te maximaliseren. Ik kom hier dadelijk op terug.
 

Een grotere stad als Antwerpen heeft op gebied van natuur meer te bieden dan men op het eerste zicht zou verwachten. Een recent onderzoek naar spinnen bijvoorbeeld, verslag o.a. in ANTenne het magazine van de koepel ANKONA, bracht aan het licht dat enkele soorten zich specifiek in de kernstad bevinden, enkele anderen in de groene rand enz.
 

Binnen de kernstad liggen percelen, parkjes waarvan de plantensamenstelling aantoont dat ze de waarde hebben van een volwaardige “oud-bosgemeenschap” met populaties van Bosanemoon, Salomonszegel, Gele dove netel, … waarvan de ouderdom terug gaat tot voor het bestaan van de stad zelf. Het Hof van Leysen, en het Hertogenpark zijn daarvoor bekend en verdienen hierdoor ook extra aandacht en bescherming. Aanpassing naar boomsoortkeuze (verwijderen van de exoten) en milderen van betreding door afgebakende loopbruggetjes boven de vegetatie zijn hier aangepaste maatregelen voor het behouden van deze natuur- en openluchtmusea. Ironisch genoeg zijn onder invloed van landbouwintensivering en ruilverkaveling buiten de stad dergelijke plekjes in het buitengebied meestal verdwenen.
In de steden zijn het vooral groendiensten en tuinarchitecten die voor verdwijning van natuurlijke biodiversiteit zorgen.
 

Het traject van de R1 snijdt dan weer door een schelpen- en kalkrijke laag die veel kansen biedt aan een speciale kalkminnende vegetatie waarvan men gelijken kan vinden in de Maasvallei of in Zuid- België. Uiteraard spelen hier ook zeldzame en ecologisch aangepaste organismen op in.
 

De Schelde biedt dan weer dat maritieme aspect met haar invloed van zout en getijden.
Een brakwatergetijderivier of stroom dus, zie eerder document Antwerpen 2040.
 

Wat de inrichting van de R1 betreft zou ik concreet willen vragen nu al na te denken over het systematisch vernieuwen van de bruggen, stadspoorten over de R1 en deze standaard te willen voorzien van ecoductstroken aan beide zijden.
Een ecoductstrook kan eenvoudig bestaan uit een enkele meters brede strook waarop een vegetatie gelijkaardig aan de omliggende natuurlijke vegetatie van bermen en op- en afritten kan worden laten ontwikkeld.
Geen aanplant van sier- en exotische planten maar gewoon hetzelfde substraat als de ondergrond er rond waarop grazige stroken worden afgewisseld met linten van inheemse en streekeigen struiken.
 
Samengevat:
 
De R1 kan geoptimaliseerd worden voor natuurlijke migratie. Concreet is dit een zeer specifiek werkstuk waarin verschillende schakels nog dienen te worden ingevuld en geïnventariseerd. Deze taak moet opgenomen worden in het werkingskader van de BAM en/of haar opvolgers maar ook daarbuiten.
Door nu al proactief te werken rond deze visie kan men eventueel snel en concreet handelen wanneer door omstandigheden bruggen over de R1, de zogenaamde stadspoorten, sneller dan verwacht moeten worden vervangen.
 

Ik hoop alvast met deze brief een nieuwe bijdrage te hebben geleverd aan de visie rond een leefbaar Antwerpen.
 

Verspreiden van inhoud en ideeën uit deze brief is toegestaan, en wenselijk zelfs, mits bronvermelding.
 

Tenslotte ben ik graag bereid Antwerpen te helpen door een functie binnen haar diensten en/of bedrijven te vervullen, bijvoorbeeld die van overkoepelend stadsecoloog.
 

Met de meeste hoogachting,
 

En vriendelijke groeten,
 

EnvironMental Opinionmaker
 

Steven Keteleer
Kastelstraat 11
3404 Attenhoven
011 59 39 79
Keteleer.steven@gmail.com
 

meer nieuws

01/02/2012 Antwaarpe

 

 

bezoek www.forum2020.be