Waar wacht België nog op?

kade rechteroever

‘met de Oosterweelverbinding zul je het fileprobleem rond Antwerpen niet oplossen. Integendeel, je zult het alleen erger maken.’
Professor Stef Proost

de kwestie

Het is bewezen: rekeningrijden wérkt

 

Is rekeningrijden de oplossing voor het Belgische fileleed? En is ons land klaar om het in te voeren? Andere Europese landen gingen ons voor. Mét succes.

 

‘Rekingrijden is er morgen’, zo luidde de enthousiaste titel van een studiedag vandaag in Leuven. In België is het grote publiek nauwelijks bekend met de effecten van rekeningrijden en klinkt het nog als toekomstmuziek. Andere Europese landen voerden het al in, met positieve resultaten. Sommige steden zagen hun fileprobleem tot de helft slinken.

Wat is rekeningrijden?

Rekeningrijden betekent extra betalen voor de toegang tot bepaalde zones of wegen. Die extra betaling komt bovenop of is deels vervanging van bestaande belastingen op auto’s (brandstofbelastingen, aankoopbelastingen en jaarlijkse, vaste gebruiksbelastingen.

Het is zo’n beetje als de kilometerheffing dan?

Een beetje wel, maar er is een verschil. Bij rekeningrijden is het tijdstip belangrijk (duurder in de spits), bij een kilometerheffing niet. Ook verschilt het doel. Je betaalt bij een kilometerheffing per gereden kilometer en in functie van de karakteristieken van je auto of je vrachtwagen: hoeveel schade breng je het wegdek en het milieu toe? De kilometerheffing voor vrachtwagens werd eerder dit jaar in ons land ingevoerd.

Waarom zou je rekeningrijden invoeren?

Terwijl bij de kilometerheffing hoofdzakelijk wordt gekeken naar de schade aan wegdek en milieu, wordt het rekeningrijden voornamelijk ingevoerd om het fileprobleem in te dijken. Op plaatsen en tijdstippen waar het meeste fileleed zich voordoet, wordt dan het gebruik van de weg duurder gemaakt.

Wat levert het op?

‘Het aantal verloren uren door in de file te staan vermindert heel sterk’, zegt professor en milieueconoom Stef Proost van de KU Leuven, een van de sprekers op de studiedag. ‘Tot vijftig procent zelfs. Bovendien wordt de reistijd veel betrouwbaarder. Stel: je moet om acht uur in Antwerpen zijn en je vertrekt uit Brussel. Dan ga je marges inbouwen. Je calculeert de mogelijke file in, mogelijke ongelukken, je vertrekt, om zeker te zijn, om zes uur. Voer je rekeningrijden in, dan worden de files kleiner en wordt de reistijd veel korter en vermijd je dat je lang op voorhand moet vertrekken.’

‘Een ander niet te onderschatten voordeel dat het rekeningrijden meebrengt’, zegt Stef Proost, ‘is een betere matching op de arbeidsmarkt. Als een hooggekwalificeerde ingenieur uit Leuven nu een fantastische job in Gent aangeboden krijgt, zal hij twijfelen. Omdat hij moeilijk van Leuven in Gent raakt en elke dag uren in de file zal staan. Het verlies voor de economie in haar geheel is dan niet onaanzienlijk en dat wordt nogal eens onderschat. Als je rekeningrijden invoert, haal je de rem van de economische groei. Want je krijgt vlotter verkeer.’

En waarom weten we dat allemaal zo zeker?

Omdat het rekeningrijden al getest en ingevoerd is in verscheidene Europese landen. Onder meer in Stockholm, Londen en Milaan met succes. Daar bleek het fileprobleem effectief fel te verminderen. Er reden minder auto’s en mensen zijn er nu sneller ter bestemming.

Dus iedereen nam na de invoering van het rekeningrijden massaal het openbaar vervoer?

Nee, zegt professor Proost, dat is een misvatting. Er wordt wel degelijk meer gebruikgemaakt van het openbaar vervoer bij rekeningrijden, maar die verhoging compenseert maar een derde of een vierde van de weggevallen autoverplaatsingen.

‘In Stockholm werd het autoverkeer tijdens de spits met 20, 25 procent teruggedrongen door 1, 2 of 3 euro te vragen aan wie de stad binnen wou rijden. Van die 20 procent stapte maar 5 procent over op openbaar vervoer. Er werden alternatieven gezocht. Mensen gingen bijvoorbeeld vier in plaats van vijf dagen werken.’ Andere mogelijkheden, zegt Proost: flexibelere werkuren en zelfs flexibelere schooluren.

Werden er in België al alternatieven geprobeerd?

‘Twintig jaar al zijn we bezig het rekeningrijden te bestuderen’, zegt professor Proost. ‘Twintig jaar later zitten we nog altijd op hetzelfde punt. Zowat alle andere opties hebben we geprobeerd om het fileprobleem aan te pakken. Subsidies voor fietsers, carpoolparken, beter en soms gratis openbaar vervoer. Het heeft het fileprobleem niet opgelost.’

Welke plekken in België zouden het best gebaat zijn bij rekeningrijden?

‘Rond de agglomeraties’, zegt professor Proost. ‘De fileproblemen zijn het grootst tijdens de spitsuren rond Antwerpen en Brussel. Mocht je daar in de spits de prijs voor het weggebruik optrekken, dan zou je het fileprobleem met 20, 25 procent kunnen terugdringen. Het tarief kan verschillen.’

Een mogelijk effect daarvan kan zijn dat shoppers die anders naar Antwerpen komen een andere manier dan de auto zullen zoeken. Of dat mensen toch zullen overstappen op carpoolen.

Is België klaar voor het rekeningrijden? Of is er een mentaliteitswijziging nodig?

‘Rekeningrijden is er morgen’ zegt de studiedag. Klopt dat? ‘Nee’, zegt professor Proost. ‘Eerst moet je signalen geven, een draagvlak creëren, de betrokkenen informeren, pas daarna zul je massaal reacties krijgen. Het is een maatschappelijk beslissingsprobleem.’

‘Een automobilist die elke dag in de spits in de file staat, denkt bij rekeningrijden maar één ding’, zegt professor Proost, ‘ik moet méér betalen. Terwijl hij de voordelen niet kent.’

Is er niet ook veel politieke moed voor nodig?

‘Bij de politiek zit het grootste probleem’, zegt Proost. ‘Het idee wordt legislatuur na legislatuur vooruitgeschoven en er wordt niets beslist. Ik hoop dat er tegen de volgende regeerperiode werk van wordt gemaakt, dat er een meer open debat komt.’ En dat er een minister van Mobiliteit komt die het aandurft om dit door te drukken.

‘Want’, vervolgt professor Proost, ‘met de Oosterweelverbinding, die koste wat het kost gerealiseerd moet worden, zul je het fileprobleem rond Antwerpen niet oplossen. Integendeel, je zult het alleen erger maken.’

Extra investeringen in mobiliteit zijn niet direct een oplossing?

‘Nee’, zegt Proost. ‘Op termijn zou je het rekeningrijden zelfs kunnen invoeren voor de treinen. In plaats van 5 miljard te investeren in openbaar vervoer, waarvan 3 miljard in het treinverkeer, zou je erover kunnen nadenken om wie in de spits de trein neemt, meer te laten betalen. Ons openbaar vervoer is goedkoop. Er is een capaciteitsprobleem. Dat hoef je niet noodzakelijk te verhelpen met extra investeringen.’

Vicky Vanhoutte
De Standaard 27-10-2016
http://www.standaard.be/cnt/dmf20161027_02542590

Tags: