Zo lang kunnen we het verdragen om in de file te staan

kade rechteroever

Exclusieve enquête: Zo lang kunnen we het verdragen om in de file te staan 

 

De limiet is bereikt. Meer nog: we zitten er vér over. Elke dag is de Vlaming 1 uur en 15 minuten onderweg van en naar zijn werk. Wie een bedrijfswagen heeft zelfs meer dan 1 uur en 30 minuten. Terwijl we eigenlijk maar 58 minuten per dag kunnen verdragen, blijkt uit een iVox-enquête van Radio 1. Maar onze dierbare auto inruilen? Nee, bedankt.

Wie met de auto naar zijn werk pendelt, legt gemiddeld 52 kilometer per dag af en is zo'n 73 minuten onderweg: 41 minuten 's ochtends en 32 minuten 's avonds. Dat blijkt uit een onderzoek van iVox bij duizend Vlamingen, in opdracht van Radio 1 voor de actie Stop 30. “Dat is eigenlijk al veel meer dan wat we aankunnen”, zegt onderzoekster Inne Thielemans van iVox. “De ondervraagden geven aan dat ze tot 58 minuten per dag onderweg willen zijn van en naar hun werk. Alles daarboven ligt boven onze tolerantiegrens.”

En dan wordt het stresserend, gaan we vloeken, nadenken over een andere job of roepen we Nooit meer in die verdomde file! tegen ons dashboard. Om de dag nadien weer gewoon aan te schuiven met onze auto.

Negen op de tien autopendelaars denken er niet aan een alternatief te zoeken. Eén op de drie heeft zelfs nog nooit een uurrooster van tram of trein bekeken, om te zien wat de mogelijkheden zijn. “We blijven hardnekkig vasthouden aan onze auto. Vooral mensen die met een bedrijfswagen rijden”, zegt Kris Peeters, lector verkeerskunde aan PCVO Limburg. Nochtans zijn die nóg langer onderweg: 95 minuten per dag. De helft van hen staat ook elke dag in de file.

Waarom doen we onszelf dat toch aan? “Uit gewoonte. Uit gemakzucht”, zegt professor Cathy Macharis, mobiliteitsexperte aan de VUB. “Het is ook puur menselijk. Waarom zou je in godsnaam piekeren over een treinabonnement als je een auto én een tankkaart gratis in je schoot geworpen krijgt?”

En dus tuffen tussen 600.000 en 700.000 van die bedrijfsauto's rond. “En er zijn er nog meer op komst”, vreest Macharis. “Vroeger was een bedrijfswagen iets voor de directieleden. Maar in veel consultancybedrijven en banken is het nu al vaste prik voor alle jonge werknemers.”

Nochtans zijn er nieuwe regels in de maak om ons van die bedrijfswagen af te brengen. Met het zogenaamde mobiliteitsbudget zal je je wagen kunnen omzetten in pakweg een elektrische fiets of in meer nettoloon. “Maar amper één op de tien ondervraagden zegt bereid te zijn de bedrijfswagen in te ruilen voor zo'n mobiliteitsbudget”, zegt Inne Thielemans.

Want wij zijn het probleem niet, denken we van onszelf. “Cognitieve dissonantie, heet dat”, zegt Kris Peeters. “Voor jezelf recht praten wat krom is. Door voortdurend externe oorzaken te beklemtonen - de overheid voert een slecht mobiliteitsbeleid, al die wegenwerken worden elke keer slecht gepland - worden we bevestigd in de psychologisch makkelijker te dragen gedachte dat het allemaal onze schuld niet is. Maar niets is minder waar: je staat niet in de file, je bént de file.”

Speciale nummerplaten

Uit vrije wil gaan we dus niet overstappen. Wat moet er dan wel gebeuren? “Een goed begin zou zijn om die bedrijfswagens herkenbaar te maken, bijvoorbeeld met een speciale nummerplaat”, zegt Peeters. “Dat zou helpen om het probleem zichtbaar te maken. We zouden het ook moeilijker moeten maken om te parkeren aan het werk, of dat betalend maken. En rekeningrijden invoeren. Daarnaast: elektrische fietsen, beter openbaar vervoer, meer autodelen. We wéten dat dat oplossingen zijn, maar we doen liever alsof we daar nog niet van overtuigd zijn. Omdat ons dat beter uitkomt, gezellig in onze auto.”

Tom Le Bacq
Het Nieuwsblad 11-02-2017
http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170212_02727386

Tags: