Wie is hier de Dwingland?

Opinie Manu Claeys stRaten-generaal over niet geïnformeerde opinies en de stille doch onvervulde droom dat "de actiegroepen" uiteen gespeeld zijn. 

Naar aanleiding van de aanstelling van de Antwerpse overkappingsintendant gaf lobbyist Karel Joos gisteren een analyse over hoe de Antwerpse actiegroepen zich volgens hem nu moeten opstellen. Jammer genoeg blijft Joos steken in een sloganeske kijk op het parcours van de actiegroepen. In zijn advies – verzet u niet langer tegen de overheid – weerklinkt daardoor het politiek realisme van een ex-kabinetard, maar bruikbaar voor activisten is dat niet meteen.

De actiegroepen stRaten-generaal en Ademloos ‘hebben zich opgesloten in hun eigen tracékeuzes’, schrijft Joos. Ringland ‘houdt hardnekkig vast’ aan het eigen project. Maar dat is precies wat de actiegroepen al ruim tien jaar de overheid verwijten: dat die vasthoudt aan één tracé. De actiegroepen hebben inmiddels aangetoond flexibel te kunnen zijn: het eigen voorstel van een derde Scheldekruising werd al tweemaal geoptimaliseerd, met telkens een significante verschuiving van locatie. Ze durven onderling ook constructieve kritiek te geven op elkaars voorstellen. Sommige politici verzuchtten daarom al eens: wat is het nu? Wat willen die actiegroepen eigenlijk? Maar dat is net wat ‘zich niet opsluiten in een tracékeuze’ betekent: flexibel durven te zijn. ‘Durven loslaten’, zoals Joos op het einde van zijn stuk suggereert. Het is iets wat de overheid niet kan: de Oosterweel loslaten. Zelfs niet wanneer ook partijen binnen de politieke meerderheid het inmiddels zichtbaar gehad hebben met die Oosterweelfetisj. Terecht wijst Joos op de ‘mentale weerstand van politici’. Het is dé te nemen kaap.

‘Zich niet opsluiten’ betekent ook: het debat over een nieuwe Scheldekruising stelselmatig uitbreiden naar het debat over het saneren van de huidige ring, zonder van het eerste een voorwaarde te maken voor het tweede. De actiegroepen voeren al jaren beide strijden, ze doen dat gezamenlijk en in maximaal overleg, en ze weten waarom ze dat zo doen. We krijgen immers slechts één kans om deze grote operatie voor Antwerpen echt goed uit te voeren. De overheid voert daarentegen slechts één strijd: het vasthouden aan de eigen tracékeuze. De bestuurlijke omgang met de huidige ring wordt daar telkens afhankelijk van gemaakt: Oosterweel blijft het uitgangspunt en de voorwaarde voor hoe de bestaande ring er mag gaan uitzien. Indertijd, nog met Lange Wapper, voorzag de overheid de verbreding van de huidige ring tot 18 rijstroken, want dat was de uitkomst van een nieuw viaduct door de stad. Nu voorziet de regering het tegendeel, namelijk het overkappen van de ring. Maar de constante is: raak niet aan de Oosterweelverbinding op het BAM-tracé. Dat laatste is het kader dat de overkappingsintendant aangereikt krijgt, waardoor het overkappen van de Antwerpse ring het glijmiddel dreigt te worden voor het vasthouden aan die Oosterweel. De vraag is in welke mate en op welke manier de intendant nog uit dat keurslijf kan stappen. Hij heeft de professionele adelbrieven om het te doen en hanteert ook het discours daartoe: co-creatie. Hoe echt kan co-creatie evenwel zijn, wanneer de opdrachtgever laat verstaan dat ze al wil beginnen met de bouw van de Oosterweel, terwijl je nog aan het ‘co-creëren’ bent? 

Volgens Joos heeft Ringland nog ‘alle kaarten in handen’, maar ‘dan moeten ze de zaken wel anders gaan bekijken’. Ze moeten daartoe lobbyist worden, vindt hij. Om het verschil met ‘activisme’ en ‘grassrootscampagne’ te duiden, zoekt Joos zijn toevlucht in het maken van een karikatuur: het succes van de Antwerpse actiegroepen berust volgens hem op een ‘emotionele connectie met het publiek’. Lees: weinig rationeel allemaal, die inbreng van burgers. Een ‘goede’ lobbyist schat daarentegen in waar ‘de mogelijkheden tot succes’ zich situeren, en handelt daarnaar. Hij noemt dat ‘winnen zonder strijd’, incluis dus het niet aanvuren van ‘de mentale weerstand van politici’. Actiegroepen die niet lobbyen, voeren volgens Joos een ‘heilige oorlog’ en werken niet mee aan een project ‘dat ons allemaal vooruithelpt’.

Binnen zo’n framing verbaast het niet dat Joos de stap naar de Raad van State door stRaten-generaal en Ademloos ‘een zoveelste juridische procedure’ noemt. In werkelijkheid stapten beide actiegroepen nog nooit naar een rechtbank om de Oosterweelbeslissing van de regering aan te vechten. Ze bewandelden al die jaren enkel het pad van wettelijk voorziene deelname aan inspraakprocedures. Misschien moet Karel Joos het verzoekschrift zoals in juli ingediend bij de Raad van State toch maar eens doornemen. Hij zal er het verhaal lezen van hoe een overheid alles uit de kast haalt om de eigen tracékeuze koste wat het kost overeind te houden. Wie is hier dan de Dwingland?

 

"Ringland mag geen Dwingland worden"

De Morgen, Do. 17 Dec. 2015, Pagina 31 Karel Joos is partner bij de internationale communicatiegroep Interel.

Gisteren stelde de Vlaamse regering Alexander D'Hooghe aan als intendant die de overkapping van de Antwerpse ring moet bestuderen. Het is de zoveelste statie in de kruisweg van het Oosterweel-dossier, dat zeven jaar geleden begon te kapseizen. Ondertussen blijft minister Weyts wel onverstoorbaar koers zetten naar die eerste spadesteek om de ring te sluiten. Interessant genoeg drijft de regering met deze aanstelling een brede wig tussen Ringland enerzijds en de tandem Straten-Generaal en Ademloos anderzijds. Laatstgenoemden hebben zich opgesloten in hun eigen tracékeuzes. Net voor de zomer dienden ze bij de Raad van State een omstandig verzoekschrift in waarin ze om de vernietiging vragen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Oosterweel. De vraag blijft of een zoveelste juridische procedure de regering kan stoppen. De actiegroep Ringland heeft wel nog alle kaarten in handen. Via de intendant die hun project onder de loep moet nemen, hebben ze een unieke kans om deel te gaan uitmaken van een oplossing. Maar dan moeten ze de zaken wel anders gaan bekijken. Het probleem is immers dat goede activisten slechte lobbyisten zijn. Om dat te begrijpen, loont het om na te gaan hoe actiegroepen in het Oosterweel-dossier de beïnvloeding van politieke beslissers hebben aangepakt. Straten-Generaal kende in 2008 een heropleving wanneer Ademloos zich op het voorplan werkte. Beiden kregen opnieuw armslag toen vorig jaar het Ringland-concept aanschouwelijk werd gemaakt. Telkens lag een sterk verhaal aan de basis: de vermeende dreiging van fijnstof en bijkomende groene ruimte via een volledige overkapping van de ring. Het succes van de Antwerpse grassrootscampagnes is overwegend te danken aan die emotionele connectie met het publiek. Maar dat is slechts een begin. Succesvolle beïnvloeding drijft volgens de Amerikaanse marketingpsycholoog Robert Cialdini op zes factoren: sociale bewijskracht, consistentie, schaarste ('op is op!'), autoriteit, sympathie en wederkerigheid. De laatste factor raakt de essentie van het verschil tussen activisten en lobbyisten: deel uitmaken van een oplossing. En precies daar loopt het fout. De Antwerpse actiegroepen verzetten zich tegen de overheid uit bekommernis en verontwaardiging. Tegelijk verdedigen ze hun eigen project en daardoor worden ze lobbyisten. Dat is op zich geen bezwaar, ware het niet dat ze die nieuwe rol verkeerd invullen. Een goede lobbyist schat eerst in waar de mogelijkheden tot succes zich bevinden en komt dan in actie. Dat lukt alleen wanneer je de tegenpartij evengoed kent als jezelf. De lobbyfout die ook Ringland in dat verband maakt is dat ze zich, paradoxaal genoeg, verkijken op de emoties van beleidsmakers. De Engelse filosoof Francis Bacon stelde in zijn Novum Organum al dat ons brein moeite heeft met het heroverwegen van een opinie: "...it either neglects and despises, or else by some distinction sets aside and rejects, in order that by this great and pernicious predetermination the authority of its former conclusions may remain inviolate." Door hardnekkig vast te houden aan een volledige overkapping met gescheiden verkeersstromen, terwijl de Vlaamse regering het overkappingsprincipe concreet en maximaal wil toepassen in het Oosterweel-project, vuurt Ringland enkel de mentale weerstand van de politici aan. Nadrukkelijk aankondigen het dossier juridisch te willen saboteren, zoals de andere actiegroepen doen, heeft trouwens nog een veel negatiever effect. De activisten stellen al te lang scherp op hun rechtspositie als burger in plaats van op hun uiteindelijk belang. Daarbij zijn ze van lieverlede het onderhandelingsprincipe 'zacht op de relatie, hard op het onderwerp' kwijtgespeeld. Ringland dreigt op die manier Dwingland te worden. Lobbyisten wordt vaak verweten akkoorden te onderhandelen met beleidsmakers. Het punt is dat zij beseffen dat winnen zonder strijd altijd de beste strategie is. Want wie durft nog in ernst beweren dat de Antwerpenaar, en de Vlaming in het algemeen, baat heeft bij een heilige oorlog tussen burger en overheid die na meer dan anderhalf decennium nog steeds geen uitzicht biedt op een resultaat? Vandaag is het jammer genoeg veel te laat om in dit dossier tot een voor iedereen aanvaardbare oplossing te komen. De verdienste van de Antwerpse activisten staat echter voor de eeuwigheid vast. Ze hebben rotsblokken verlegd in de rivier van de relatie tussen burgers en overheid. Dankzij hen zullen anderen misschien ooit de loop van die rivier kunnen veranderen. Of dat via een tussenkomst van de Raad van State zal zijn, valt hoe dan ook ernstig te betwijfelen. Ringland moet de opportuniteit die de aanstelling van de intendant biedt met beide handen aangrijpen. De actiegroep moet durven loslaten en haar droom zo goed en zo kwaad mogelijk omzetten in een project dat ons allemaal vooruithelpt.

KAREL JOOS ■

Tags: