Bezwaarschrift Ademloos plan-MER Nieuw Zurenborg

afbeelding

Antwerpen, 5 april 2011

 
Vlaamse Overheid, departement Leefmilieu, Natuur en Energie
Afdeling milieu-, natuur- en energiebeleid, Dienst Milieueffectrapportage
Koning Albert II laan 20 bus 8
 1000 Brussel
 
RE: ‘plan-MER Nieuw Zurenborg’
 
Gebruik makend van de inspraakronde over Plan-milieueffectrapport gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Nieuw Zurenborg’ te Antwerpen wenst de vzw Ademloos te volgende bedenkingen te formuleren.
 
Het stadsuitbreidingsproject ‘Nieuw Zurenborg’ werd ingegeven door demografische prognoses die voorspellen dat Antwerpen al haar potentiële woonuitbreidingsgebieden maximaal zal dienen te valoriseren om de verwachte bevolkingsgroei aan te kunnen. Een blik op de kaart van de agglomeratie leert ons dat nagenoeg al deze uitbreidingsgebieden zich in de onmiddellijke nabijheid van de Antwerpse Ring bevinden: Regatta, Nieuw Zuid, Nieuw Zurenborg. Het heeft bijgevolg weinig zin om de milieuproblematiek verbonden aan de inplanting van een woonzone aan de rand van de drukste autosnelweg van België enkel te betrekken op Nieuw Zurenborg.
Wij pleiten daarom voor een overkoepelende aanpak, een plan-MER ‘woonuitbreidingsgebieden’. Deze methodiek zou immers duidelijk maken dat er geen locatie-alternatieven zijn voor de mensen, maar wel voor het verkeer. Nieuw Zurenborg valoriseren betekent: het doorgaand verkeer buiten de stad houden. En het doorgaand verkeer buiten de stad houden betekent op haar beurt: Regatta en Nieuw Zuid valoriseren. Het is deze samenhang die wij in de aanpak van deze plan-MER tot uitdrukking willen zien komen. De stedelijke ontwikkeling houdt niet op aan de grenzen afgebakend door deze plan-MER. Bij de omschrijving van de locatie-alternatieven pleiten wij er daarom voor dat niet zozeer gezocht wordt naar alternatieven van plekken in de stad waar mensen kunnen wonen, waar de stad zich kan uitbreiden. Die zijn er nagenoeg niet. Bij het onderzoek naar locatie-alternatieven moet de herlocalisatie van het verkeer op trajecten buiten de stad centraal staan. We denken daarbij in de eerste plaats aan het zogenaamde Meccano-tracé (figuur 1) dat in deze studie zeker haar plaats moet krijgen. 
In het huidige voorontwerp is immers enkel rekening gehouden met de versie van het Masterplan 2020 zoals door de Vlaamse regering goedgekeurd op 24 september 2010. Dit Masterplan dient echter op haar beurt een proces van democratische besluitvorming te doorlopen bestaande uit aangepaste milieu-effectrapporten en openbare onderzoeken. Het zou daarom van een ondemocratische vooringenomenheid getuigen om in de huidige plan-MER fase enkel rekening te houden met versie 20100924 van het Masterplan 2020.
De impact van locatie-alternatieven voor het verkeer dient ons inziens dus centraal te staan in de aanpak van deze studie. Daarbij moet worden voortgebouwd op de stappen die zowel de gewestelijke als de stedelijke overheid al gezet hebben om de geluids- en luchtkwaliteitsproblematiek van de agglomeratie in kaart te brengen.
Op het vlak van de geluidsproblematiek werd in 2010 de laatste hand gelegd aan de in het kader van de Europese Richtlijn Omgevingsgeluid opgestelde geluidsbelastingskaart (GBK) voor de agglomeratie Antwerpen. Nieuw Zurenborg treedt op deze kaart naar voor als een fel getroffen gebied waar de LDEN-waarde de 60 dB(A) niet onderschrijdt (figuur 2).

 

 

Figuur 2: Nieuw Zurenborg op de GBK Antwerpen
Deze kaart is gebaseerd op berekende geluidsbelastingswaarden, afgeleid uit parameters zoals verkeersintensiteit, type wegdek, type verkeer en type bebouwing. Deze methode heeft ongetwijfeld een aantal nadelen ten opzichte van een methode gebaseerd op metingen, maar heeft alvast als onmiskenbaar voordeel dat diverse beleidsalternatieven met elkaar vergeleken kunnen worden door de parameters te wijzigen. Op het vlak van geluid pleiten we er daarom voor om naast de waardevolle in situ studie uitgevoerd door de universiteit van Gent (die de berekende waarden van de GBK herbevestigt) de methodiek van de geluidsbelastingskaart te gebruiken om de verkeerslocatie-alternatieven en hun impact op het projectgebied in kaart te brengen. 
Overigens heeft de GBK als voordeel dat zij parameters hanteert die internationaal aanvaard zijn én die in diverse internationale studies fungeren om de directe relatie tussen geluidsbelasting en volksgezondheid in kaart te brengen (figuur 3).

 

 

Figuur 3 (Nederland, Ministerie VROM, Directie Lokale Milieukwaliteit en Verkeer)
Dit brengt ons bij een tweede uiterst belangrijke bedenking, namelijk dat de concrete impact van het project op de volksgezondheid in de plan-MER in beeld gebracht moet worden in de vorm van ondubbelzinnige dosis-effect relaties. Dit is des te belangrijker daar het project ook de inplanting beoogt van een “kindercampus” met 85 kinderopvangplaatsen en 600 leerlingen voor de nieuwe basisschool (kleuter- en lagere school).
Naast de eerder genoemde impact van het lawaai is er de luchtkwaliteit. Begin 2007 publiceerden Gauderman e.a. het baanbrekende artikel ‘Effect of exposure to traffic on lung development from 10 to 18 years of age: a cohort study’ in het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet 369 (17 februari 2007, pp.571-577). In een grootschalig epidemiologisch onderzoek had het team 3677 kinderen acht jaar lang gevolgd. Bij kinderen die wonen in een zone binnen 500 meter afstand van een drukke snelweg werd, onafhankelijk van de achtergrondconcentraties, een betekenisvol negatief en onomkeerbaar effect op de longontwikkeling vastgesteld. Deze kinderen hadden een kleinere longcapaciteit dan kinderen die wonen op 1000 meter afstand. 
Een plan-MER die geen nauwgezette aandacht hieraan zou besteden zou als volkomen ongeloofwaardig van de hand worden gedaan. 
Dit alles heeft natuurlijk alles te maken met de uiterst slechte luchtkwaliteit in de buurt van autosnelwegen. Dit brengt ons tot de overtuiging dat het project “Nieuw Zurenborg” net zoals andere woonuitbreidingsgebieden in de nabijheid van de Ring slechts kans op slagen heeft indien deze Ring fundamenteel gesaneerd wordt.
Dezelfde methode inzake effectvoorspelling en –beoordeling als gehanteerd in het compartiment geluid met de GBK waarbij verschillende verkeerslocatie-alternatieven met elkaar vergeleken kunnen worden kan worden aangewend in het cruciale compartiment lucht op basis van CAR Vlaanderen 2.0 De enige relevante luchtemissies t.g.v. het plan zijn immers de verkeersemissies.
We dringen er wel op aan dat daarbij alle relevante luchtverontreinigingsparameters in beeld worden gebracht, en dat is naast NO2 en fijn stof ook de parameter benzeen. De meest nabijgelegen meetpost 42R801 van de VMM scoort niet goed wat betreft deze kankerverwekkende polluent die ook weer voornamelijk door het wegverkeer in de atmosfeer wordt gebracht. 
 
 
Voor vzw Ademloos
Dokter Guido Verbeke, Secretaris
Wim van Hees, Voorzitter
 

Tags: