Een momentum voor Oosterweel

kade rechteroever

Dat Europa hoogstwaarschijnlijk een nieuwe aanbesteding eist voor het Oosterweeldossier, is eigenlijk een geschenk voor de Vlaamse regering, zeggen Manu Claeys en Peter Verhaeghe. Zo hoeft ze zich niet langer op Noriant te focussen en kan ze eindelijk alternatieve tracés overwegen.

Eind vorige week raakte bekend dat een nieuwe aanbesteding moet worden uitgeschreven voor de in september 2010 gewijzigde Oosterweelplannen. Een overheid die in volle aanbestedingsprocedure een viaductplan verandert in een tunnelplan, mag dat project niet zomaar gunnen aan de bouwgroep die een offerte indiende voor het project met viaduct. Dat wel doen, zou een schending betekenen van het mededingingsrecht en een indruk van favoritisme wekken.

Om die reden liet Europa aan Vlaanderen verstaan dat het bouwcontract voor een gewijzigde Oosterweelverbinding niet naar de laatst overgebleven kandidaat uit de oorspronkelijke aanbestedingsronde mag gaan, namelijk het bouwconsortium Noriant. De Vlaamse regering wist dat dit het Europese antwoord zou zijn. Haar advocaten hadden dat al in 2011 uitgespeld. Ook wij deden dat in die periode.

Het neen van Europa heeft geen gevolgen voor de verdere timing van het Oosterweeldossier. De regering kende het Europese antwoord immers ook al in september 2010, toen ze de Oosterweelplannen wijzigde en de eerste procedurele stap zette richting een nieuwe bouwvergunningsaanvraag. Die stap was het opstarten van een nieuw milieueffectenonderzoek, dat inmiddels de laatste fase ingaat. Later volgen nog het opmaken van een nieuw ruimtelijke uitvoeringsplan, het uitschrijven van een nieuwe aanbesteding en het indienen van een nieuwe bouwaanvraag.

Betweterbestuur

Vertraging creëert het Europese neen niet, maar er zijn wel twee andere gevolgen: een negatief en een positief. Of nog anders: een financieel en een politiek.

Voor het financiële gevolg moeten we even teruggaan in de tijd. Op 17 april 2009 keurde de raad van bestuur van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) – en bijgevolg de Vlaamse regering – een voorakkoord goed met Noriant. Anderhalve maand eerder, op 30 maart, had de Vlaamse regering beslist om met het oog op de verkiezingen van juni 2009 alvast de bouwaanvraag in te dienen voor een Oosterweelverbinding met viaduct. Daarvoor moest eerst een voorakkoord worden getekend met Noriant. In het Vlaams Parlement noemde de BAM dit voorakkoord ‘driekwart van het eindcontract’.

Een dergelijk voorakkoord sluiten betekende een groot risico, gelet op de felle discussie die toen al woedde over zin en onzin van het Oosterweeltracé en gezien de resultaten van een door de Vlaamse regering besteld onafhankelijk onderzoek waaruit bleek dat het aanleggen van een bypass rond de stad wellicht een betere optie was. De regering wist bovendien dat een volksraadpleging er zat aan te komen in het najaar, het maatschappelijk draagvlak voor het geplande project nam in die periode zienderogen af. Wie in een dergelijke context contractuele engagementen aangaat met mogelijk hoge schadeclaims tot gevolg, neemt onverantwoorde risico’s en geeft impliciet aan geen rekening te zullen houden met de volksraadpleging. Ons inziens is dat laatste ook gebleken.

Dat het voorakkoord toch is goedgekeurd, is een klassiek voorbeeld van betweterbestuur, dat berust op drie elementen: fundamentele kritiek negeren, redelijke alternatieven buiten beeld houden en voldongen feiten creëren. Bij dat soort bestuur – het werkelijke drama van Oosterweel – wordt uitgebreid stilgestaan in het recent verschenen boek Stilstand, evenals bij de sluipende contractvorming tussen de Vlaamse regering en Noriant.

Dreigende schadeclaims

Vóór 17 april 2009 kon geen sprake zijn van contractbreuk. Tot die dag is een klassieke aanbestedingsprocedure gevolgd op basis van een bestek waarin (bescheiden) kostenvergoedingen zijn voorzien voor geleverde prestaties. Sinds 17 april 2009 beschikt de bouwgroep echter over juridische munitie om substantiële schadeclaims in te dienen, oplopend tot een half miljard euro. Sindsdien en daarmee verbonden beheerst de ambitie om Noriant aan boord te houden de Oosterweelagenda van de regering. In zo’n context vormt elk mogelijk alternatief tracé een potentiële bedreiging in plaats van een oplossing.

Dat brengt ons bij het politieke gevolg van wat vorige week bekend raakte. Het voorspelbare neen van Europa betekent het onvermijdelijke einde van jaren onderhandelingen tussen de regering, de BAM en Noriant. Een nieuw tijdperk kan daardoor aanbreken, met politieke ruimte voor alternatieve oplossingen. Eindelijk kan de Vlaamse regering – deze of de volgende – het Oosterweeljuk van zich afgooien en alternatieven ernstig nemen. Eindelijk kan ze ophouden met de voorkeursbehandeling van het eigen tracé en de bestuurlijke sabotage van alternatieven. Eindelijk kan nu aan de alternatieven een eerlijke kans worden gegeven binnen de politieke besluitvorming.

Een unieke opportuniteit dient zich aan. Hopelijk mist de Vlaamse regering ze niet.

Manu Claeys en Peter Verhaeghe
De Standaard 18-06-2013
http://www.standaard.be/cnt/DMF20130617_00626275

Tags: