Kan het mobiliteitsbudget geen dichtbij-woonbonus worden?

kade rechteroever

De federale regering besliste in het kader van de begrotingsopmaak dat wie een salariswagen krijgt, die voortaan ook figuurlijk kan parkeren. In ruil voor extra “loon zonder rechten”. Wie die wagen niet moest en tot voor kort gedwongen werd om er een parkeerkaart of garage voor te kopen, is er vast blij mee. De politiek geeft nu duidelijk aan dat de keuze van destijds niet de juiste was. Maar de oplossing is alleen gericht op wie een salariswagen heeft en niet op de duizenden werknemers en ambtenaren die hun trein- of busabonnement betaald krijgen door de werkgever.

De salariswagen speelde in op hoge loonkosten én op onze grote afstanden tussen de woon- en werkplek. Dat laatste is het resultaat van jaren zorgvuldige ruimtelijke wanordening. Alsof de kwaal met een andere kwaal te bestrijden is. Het openbaar vervoer efficiënt organiseren is in die omstandigheden geen lachertje. De salariswagen heeft bovendien dat proces nog versterkt: hij faciliteerde mensen om verder van het werk te wonen. En omdat we dan nog afhankelijker worden van de auto om de werkplek te bereiken, neemt voor iedereen de filedruk toe en verliezen we oeverloos veel tijd in het verkeer… Het is die vicieuze cirkel waar de federale overheid nu eindelijk probeert uit te geraken.

Sommigen laten horen dat de regering nu ‘de verkeerde wagens’ van de weg haalt, uiten dreigende taal dat er ‘veel BTW op die wagens wordt betaald’, dat ‘de economie hier zeker onder gaat lijden’ als het toegenomen budget zomaar op een spaarrekening komt…

Wel, hier is zomaar een idee. Waarom kan het mobiliteitsbudget of het terugbetaalde openbaar-vervoerabonnement geen anti-mobiliteitsbudget worden? Nu blijft de illusie dat mobiliteit goed is en vergoed moet worden. Maar waarom kan het niet andersom: de werkgever die een voordeel geeft aan de werknemer als die dicht bij het werk komt wonen? Bijvoorbeeld op 10 of 15km, een mooie fietsafstand, voor iedereen zeker haalbaar met een elektrische fiets. Met het anti-mobiliteitsbudget laat de werknemer de beschrijvingskosten van de nieuwe woning betalen door de werkgever, of ontvangt hij een premie voor de inrichting van het huis of appartement, of betaalt de werkgever de verhuis van de werknemer en zijn gezin, of volgt een tussenkomst voor de woon-werkverplaatsingen met de fiets, of eventueel zelfs een trajectbegeleiding naar werk in de buurt voor de partner,… Een soort dichtbij-woonbonus dus.

Gek idee? Vonden we dat destijds ook niet toen we mensen wilden betalen in auto’s?

Deze dichtbij-woonbonus – dat klinkt toch iets positiever dan het anti-mobiliteitsbudget – is voor de werknemer ook een tijdsbudget: de filetijd wordt gezinstijd en de filestress wordt ontstressen en gezond verplaatsen met de fiets. Werknemers wonen dichter bij het werk, verplaatsen zich gezonder, zullen productiever en minder afwezig zijn… Daarvoor regelt de werkgever toch met plezier die stresserende verhuis?

We stimuleren zo eindelijk de ruimtelijke samenhang tussen wonen en werken. En als meer mensen dichter bij het werk wonen, zal ook het openbaar vervoer organiseren makkelijker worden. Dat het dan écht aantrekkelijk wordt, is niet uit te sluiten…

Gepubliceerd door Wout

Ik ben gepassioneerd door fietsen en steden. En hoe die twee samen een rol kunnen spelen in de ontwikkeling van een regio. Na een passage bij de Stadsregio Turnhout en het Team Stedenbeleid van de Vlaamse overheid kon ik van die passie mijn beroep maken. Ik ben programma manager bij Fietsberaad Vlaanderen. Deze bijdragen schrijf ik om mijn persoonlijke gedachten rond fietsbeleid, ruimtelijke ordening en mobiliteit te vormen, als aanzet voor een socratisch gesprek. Het zijn uiteraard telkens bijdragen in eigen naam en vertolken dus geen standpunt van een organisatie.

 

Wout
Het Fietsperspectief 22-10-2016
https://hetfietsperspectief.wordpress.com/2016/10/22/kan-het-mobiliteitsbudget-geen-dichtbij-woonbonus-worden/

Tags: